SLUIT MENU

SER: maak werk het startpunt voor nieuwkomers

Werk moet leidend worden in het beleid voor nieuwkomers. Dat betekent: zo snel mogelijk beginnen met taal, opleiding, werkervaring en begeleiding. Dat is het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). BNR at Work ging daarover in gesprek met SER-kroonlid Saniye Çelik en recruiter Eugène van den Hemel.

Werkgevers kampen met hardnekkige personeelstekorten, terwijl duizenden nieuwkomers in Nederland staan te popelen om aan de slag te gaan. Toch duurt het vaak maanden of zelfs jaren voordat asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden hun weg naar de arbeidsmarkt vinden. Volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) moet dat fundamenteel anders. In BNR at Work lichtte SER-kroonlid Saniye Çelik het nieuwe advies toe, samen met recruiter Eugène van den Hemel, die al jaren statushouders begeleidt naar werk.

Veel talent gaat verloren

De kern van het SER-advies is helder: zet werk centraal vanaf het moment dat nieuwkomers in Nederland aankomen. Nu worden mensen vaak eerst geconfronteerd met een opeenstapeling van procedures, taaltrajecten, diploma-erkenningen en verhuizingen. Pas daarna komt werk in beeld. Volgens Çelik gaat daardoor veel talent verloren.

“Wat kunnen mensen, wat willen ze en welke ervaring nemen ze mee?” Dat zijn volgens haar vragen die veel eerder gesteld moeten worden. Door direct inzicht te krijgen in vaardigheden en ambities kunnen nieuwkomers sneller een route naar werk of opleiding volgen.

Volgens de SER is juist de versnippering van het huidige systeem een groot probleem. Verschillende instanties zijn verantwoordelijk voor verschillende onderdelen van het traject, waardoor mensen lang moeten wachten voordat ze daadwerkelijk aan de slag kunnen. In sommige gevallen duurt dat meer dan een jaar.

Geen integratievraagstuk maar een recruitmentvraagstuk

Van den Hemel vindt dat Nederland het vraagstuk bovendien verkeerd benadert. Volgens hem wordt er nog te vaak gesproken over integratie, terwijl het in de kern een arbeidsmarktvraagstuk is. “We hebben van nieuwkomers een integratievraagstuk gemaakt, terwijl het eigenlijk een recruitmentvraagstuk zou moeten zijn”, stelt hij.

Volgens de recruiter zouden werkgevers en arbeidsmarktexperts veel eerder moeten worden betrokken. Eerst moet duidelijk worden welke kennis en ervaring iemand meebrengt. Vervolgens moet worden gekeken welke behoeften werkgevers hebben, niet alleen vandaag, maar ook over enkele jaren. Daarna kan een ontwikkelpad worden uitgestippeld.

Een belangrijke zorg die in het gesprek naar voren kwam, is dat nieuwkomers vaak onder hun niveau terechtkomen. Zeker bij Oekraïense ontheemden is dat zichtbaar. Hoewel deze groep relatief snel aan het werk komt, blijven veel mensen hangen in banen die niet aansluiten bij hun opleiding of werkervaring.

Dat lijkt op het eerste gezicht een succes, omdat mensen snel economisch zelfstandig worden. Toch schuilt daar volgens de SER een risico in. Wanneer een hoogopgeleide ingenieur, arts of IT-specialist jarenlang werk blijft doen ver onder zijn of haar niveau, gaat veel potentieel verloren. Niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor de Nederlandse economie.

Juist daarom pleit de SER voor een aanpak waarin werk en ontwikkeling hand in hand gaan. Taal leren, vakopleidingen volgen en werkervaring opdoen zouden niet langer opeenvolgende fases moeten zijn, maar tegelijkertijd moeten plaatsvinden.

Gemeenten geen expert in arbeidsbemiddeling

Tegelijkertijd klinkt er ook kritiek op de voorgestelde aanpak. Van den Hemel zet vraagtekens bij de grote rol die gemeenten in het advies krijgen. Gemeenten zijn volgens hem goed in het uitvoeren van wettelijke taken rond uitkeringen, maar arbeidsbemiddeling vraagt om andere expertise.

Hij wijst erop dat begeleiding vaak stopt zodra iemand een baan vindt. Een statushouder die vanuit de uitkering aan het werk gaat, verdwijnt uit beeld. Maar juist daarna begint volgens hem het belangrijkste deel van de ontwikkeling: doorgroeien naar werk dat aansluit bij opleiding en ervaring.

Daarom pleit hij ervoor werkgevers nadrukkelijker bij de uitvoering te betrekken. Niet de vraag welke doelgroep moet worden geholpen, maar welke mensen nodig zijn om openstaande vacatures in te vullen, zou centraal moeten staan.

Laat geen talent aan de zijlijn wachten

Ondanks die verschillen zijn beide gasten het over één ding eens: Nederland hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Zowel in de zorg als in de techniek bestaan al succesvolle initiatieven waarin nieuwkomers worden opgeleid en begeleid naar werk. De uitdaging is vooral om zulke projecten op te schalen en structureel te maken.

Volgens Çelik ligt daarin juist de kracht van het SER-advies. Werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en opleidingsfondsen hebben aangegeven verantwoordelijkheid te willen nemen. De kennis en voorbeelden zijn aanwezig, nu is het zaak om de samenwerking beter te organiseren.

Of de aanbevelingen daadwerkelijk worden overgenomen, ligt uiteindelijk bij politiek en beleid. Maar over één punt bestaat weinig twijfel: in een arbeidsmarkt die schreeuwt om personeel, kan Nederland zich niet veroorloven om talent jarenlang aan de zijlijn te laten wachten.

Meer hierover hoor je in BNR at Work met Saniye Çelik en Eugène van den Hemel.

Elke week brengen Nigaio Wijnen en Arjan Elbers in BNR at Work verhalen over werkgevers die het net even anders doen, en hoe je de beste magneet voor talent kunt worden. Maar ook over opleidingen, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en kansen voor een nieuwe carrièrestap. Robin Vinck is verantwoordelijk voor de redactie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.



×