Nicole Engbers 6 oktober 2026 0 reacties Print Zo bereid je je als interim-HR-professional voor op de nieuwe ZelfstandigenwetTwee toetsen met in totaal zeven hoofdcriteria. Zelfstandigen die daaraan voldoen zitten in een ‘veilige haven’. Dat is het doel van de nieuwe Zelfstandigenwet. Dit gaat pas op zijn vroegst in op 1 januari 2028, maar voor interim-HR-professionals is het best verstandig om nu al stappen te maken richting die criteria, legt Nicole Engbers van Compagnon uit De voorlopige tekst van de Zelfstandigenwet is onlangs gepubliceerd. Een nieuwe wet met duidelijke spelregels vooraf, waaraan zzp’ers en opdrachtgevers zich moeten houden om met elkaar te kunnen werken. Met deze wet – die op zijn vroegst ingaat op 1 januari 2028 – moet een einde komen aan jaren van politieke discussie en onduidelijkheid over wanneer een zzp’er nu wel of niet door een opdrachtgever ingehuurd mag worden, zonder het risico op boetes achteraf. Lees ook: Zelfstandigenwet in internetconsultatie: twee toetsen moeten vooraf duidelijkheid geven over inhuur zzp’ers – HRMorgen.nl Het nieuwe wetsvoorstel moet zorgen voor een doorbraak in de discussie over het werken met zelfstandigen, die al ruim twintig jaar speelt, zo wil verantwoordelijk minister Thierry Aartsen. De Zelfstandigenwet moet onnodige terughoudendheid bij opdrachtgevers bij het inhuren van zzp’ers tegengaan. Opzet wet: twee toetsen met in totaal zeven criteria In het wetsvoorstel bestaat uit twee toetsen: De zelfstandigentoets De werkrelatietoets De zelfstandigentoets kijkt vooral of iemand ondernemer is, met daarbij ook een aantal verplichtingen die wat het kabinet betreft bij ondernemerschap horen. De werkrelatietoets toetst of een zzp’er een opdracht in voldoende zelfstandigheid kan en mag doen. Als aan alle criteria van deze twee toetsen voldaan wordt, én er in de praktijk ook zo gewerkt wordt, ontstaat er een zogenoemde ‘veilige haven’. Vooraf is dan duidelijk dat er gewerkt kan worden met en als zelfstandige, zonder risico op naheffingen of boetes vanwege schijnzelfstandigheid. De wet wordt geen verplichting. Het is vooral een mogelijkheid. Wie aan de wet voldoet is ‘veilig’. Wie niet aan de wet voldoet valt onder de bestaande wet- en regelgeving. Nu stappen maken, zo complex is dat niet Voordat we naar de details kijken, is het wel relevant om op te merken dat de nieuwe criteria niet uit de lucht komen vallen. Ze zijn best herkenbaar en sluiten in hoofdlijnen ook al aan bij hoe wij als Compagnon het liefst interim-opdrachten invullen: concreet, resultaatgericht en met ruimte, zodat de interim-professional het eigen vakmanschap optimaal kan inzetten. Lees ook: Handhaving schijnzelfstandigheid in 2026: wat wordt anders en wat niet? (januari 2026). In de whitepaper Veilig Inhuren van Professionals geeft Compagnon uitgebreid(er)e context en adviezen. Deze whitepaper is gratis te downloaden op de website van Compagnon. Dus: ook al is de wet nog niet van kracht, dan is het gebruiken van de criteria ook onder de huidige regels verstandig. Snel naar de concrete criteria. Dat zijn er zeven, verdeeld over twee toetsen. Let wel: om in de veilige haven terecht te komen, moet je aan alle zeven de criteria voldoen. A: Zelfstandigentoets De zelfstandigentoets bestaat uit drie criteria die samen bepalen of iemand zich ‘in het economisch verkeer’ als zelfstandige gedraagt. Het zijn criteria die los staan van een specifieke opdracht of relatie met een opdrachtgever. De zelfstandige beschikt over de basisvoorwaarden om in het economisch verkeer als zelfstandige te kunnen werken. Daarmee worden de volgende zaken bedoeld: KvK-inschrijving Het hebben van een btw-nummer Het hebben van een aparte bankrekening voor zakelijke transacties De zelfstandige is zelf verantwoordelijk voor de facturatie (mag door een ander worden uitgevoerd) De zelfstandige hanteert een betalingstermijn voor klanten en opdrachtgevers De zelfstandige verricht zelf betalingen aan derden en kan aangesproken worden op te late betaling Deze rij zaken zal een professioneel interim-HR-professional en -manager in het algemeen wel al op orde hebben, en/of het kost weinig moeite dit op orde te krijgen. 2. De zelfstandige heeft meerdere klanten Concreet betekent dat : Een zelfstandige heeft in een periode van twee jaar ten minste drie klanten gehad. Je hoeft niet na twee jaar drie nieuwe klanten te hebben. Je kunt dus prima jarenlang voor een klant werken, mits je daarnaast ook nog andere klanten hebt. Dat is duidelijker dan de huidige praktijk. Die tweede en derde klant moeten qua omzet wel ‘enige substantie’ hebben. Drie opdrachtgevers hebben in een periode van twee jaar – tegelijk of volgtijdelijk – zal voor een flink deel van de HR-interimmers geen probleem zijn. Het geeft ook de ruimte om langduriger voor een opdrachtgever te werken, mits je dus daarnaast ook andere opdrachtgevers hebt. 3. De zelfstandige heeft voorzieningen getroffen tegen risico’s die horen bij werken als zelfstandige. De zelfstandige moet jaarlijks verplicht een bepaald bedrag besteden aan voorzieningen tegen risico’s die horen bij het werken als zelfstandig ondernemer. De hoogte van dit bedrag is nog niet vastgesteld. Het kabinet denkt wel aan een vast bedrag, dus onafhankelijk van de omzet of het tarief. Dat geld moet besteed worden aan zaken als: Een verzekering voor (langdurige) arbeidsongeschiktheid (dat kan bijvoorbeeld de BAZ zijn, de verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, die aangekondigd is) Voorziening voor (kortdurende) ziekte (schenkkring of crowdsurance) Een pensioenvoorziening of pensioensparen in tweede of derde pijler Verzekering voor bijvoorbeeld aansprakelijkheid, bedrijfsschade, et cetera. Welk bedrag hieraan besteed moet worden, is nog niet bekend. Een deel van deze verzekeringen zullen veel interimmers wel al hebben. Daarbij komt er ook al de verplichte BAZ. De kosten hiervoor vallen hier binnen. Zodra hier meer over bekend wordt, zullen we daar zeker nog eens dieper op ingaan, ook over welke verzekeringen hier nu precies binnen vallen. B: Werkrelatietoets De werkrelatietoets bestaat uit vier criteria die te maken hebben met de omstandigheden binnen een concrete opdracht. Ze zien er vooral op toe dat iemand voldoende ruimte heeft om – als zelfstandig ondernemer – in onafhankelijkheid en dus buiten gezag te werken. Beide partijen hebben de wil om te werken buiten een arbeidsovereenkomst. De twee partijen – zelfstandige en opdrachtgever – spreken vooraf expliciet af dat ze geen werkgever-werknemerrelatie hebben en willen. Een meer principieel punt, dat in de praktijk niet zo heel spannend is en ook vaak al onderdeel is van huidige overeenkomsten. 2. De zelfstandige is vrij om te bepalen hóé de werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit criterium betekent dat de opdrachtgever geen aanwijzingen geeft over hoe de werkzaamheden worden verricht. De opdrachtgever mag wel instructies geven over het wat (op te leveren resultaat, verwachtingen). En in de praktijk moet de opdrachtgever ook daadwerkelijk geen aanwijzingen over het ‘hoe’ geven. Dit wijkt niet af van hoe er nu ook al gekeken wordt naar een interim-opdracht. Het past ook in onze visie van hoe opdrachtgevers moeten werken met interimmers. Die huur je in voor een specifieke expertise en dan mag je – nee, moet je – haar of hem ook de ruimte geven om die expertise te kunnen inzetten. 3. De zelfstandige is vrij om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd. De zelfstandige moet in beginsel vrij zijn om te bepalen op welke tijden en op welke locatie de werkzaamheden worden uitgevoerd. Maar – zo staat verder uitgelegd – hierover mogen wel afspraken gemaakt worden. Op dit punt wijkt de Zelfstandigenwet expliciet af van eerdere voorstellen, zoals de (niet ingevoerde) Wet VBAR, waarin het leek alsof locatiegebonden werk (of ingebed werk) niet meer mogelijk was. Dat kan binnen de Zelfstandigenwet dus wel. 4. De zelfstandige werkt voor eigen rekening en risico Zelfstandigen dragen de lusten en lasten van het ondernemerschap. Dat is wat een werknemer onderscheidt van een zelfstandige, zo legt het ministerie het criterium uit. Hoe ziet dat er concreet uit? Vooraf moet een bepaald te behalen resultaat worden afgesproken. Er moet enige relatie zijn tussen dat resultaat en de manier van facturering. Dat (A) er bij het begin van de opdracht duidelijke afspraken zijn over welke resultaten behaald moeten worden, vinden we een logisch criterium. Dit is een criterium dat wij als Compagnon nu ook al hanteren bij opdrachten. Juist ook bij HR opdrachten kunnen hier in de regel prima afspraken over gemaakt worden. Hoe het tweede deel (B) in te vullen is, vraagt nog wat meer duidelijkheid over wat de wetgeving hier nu precies mee bedoelt. Betaling op basis van uren blijft mogelijk. Dat je als interimmer geen uren factureert, om bepaalde fouten te herstellen is op zich ook best logisch. Verder valt te denken aan een aanvullende beloning bij het behalen van bepaalde resultaten of mijlpalen. Het doet ook denken aan variabele beloningssystemen die nu al gelden voor werknemers. Daar komen we vanuit onze HR-rol dus ook wel uit. Een goede voorbereiding is het halve werk Goed om nog even te herhalen: dit is nog maar een conceptversie van de wet, een wet die ook op zijn vroegst ingaat in 2028. Maar we zijn van mening dat er genoeg aanleiding is om je interim-werk alvast zo in te richten dat je aan deze criteria voldoet. Die stappen maken we als Compagnon in ieder geval nu wel. Webinar ‘Je next step als HR-interimmer’ Op woensdag 7 oktober om 10.45 uur gaan dagvoorzitter Wim Davidse (hoofdredacteur van HRMorgen), Jeroen Veldboer (ervaren interim HR-professional) en Nicole Engbers (algemeen directeur van Compagnon) met elkaar in gesprek over de huidige markt voor HR- interim-professionals. Deze nieuwe wetgeving komt dan vast ook wel aan bod. Schrijf je hier in voor dit webinar of een van de andere webinars in onze Webinar Week. Compagnon, schijnzelfstandigheid, Zelfstandigenwet Print Over de auteur Over Nicole Engbers Bekijk alle berichten van Nicole Engbers
01-10-2026Zelfstandigenwet in internetconsultatie: twee toetsen moeten vooraf duidelijkheid geven over inhuur ...
10-09-2026Minister Aartsen: Zelfstandigenwet moet in 2028 duidelijkheid geven aan zzp’ers en opdrachtgev...