Redactie HRMorgen 15 september 2026 0 reacties Print Werknemers werken langer door, maar velen stoppen nog vóór hun AOW-leeftijdWerken Nederlanders steeds langer door? Cijfers van het CBS laten zien dat de arbeidsparticipatie onder 55-plussers flink is gestegen — al gaan nog altijd veel mensen met pensioen vóórdat ze de AOW-leeftijd bereiken. Een van de maatregelen tegen vergrijzing is om mensen langer door te laten werken. Maar hoe zit dat in de praktijk? Een aantal cijfers. In tien jaar tijd is het aantal 55-plussers met een betaalde baan in Nederland met 816.000 toegenomen. In 2025 hadden 2,4 miljoen mensen in Nederland van 55 jaar en ouder betaald werk, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze stijging heeft twee oorzaken. Allereerst zijn er veel meer 55-plussers door de vergrijzing. Maar zij werken ook vaker en langer door. Dit komt onder meer door de stijging van de AOW-leeftijd. Sinds 2013 wordt de AOW-leeftijd in Nederland verhoogd. De netto-arbeidsparticipatie onder de 55- tot 65-jarigen, oftewel het deel dat werkt, is van 61 procent in 2015 toegenomen naar 76 procent in 2025. Bij 65- tot 75-jarigen groeide dit aandeel van 10 procent naar 21 procent. De meest recente cijfers, over het tweede kwartaal van 2026, laten een verdere stijging zien naar 22,6 procent. Dat mensen langer door blijven werken, zien we ook in de gemiddelde pensioenleeftijd. Deze zien we al sinds 2002 stijgen. In 2015 lag de gemiddelde pensioenleeftijd op 64,2 jaar. In 2025 was de gemiddelde pensioenleeftijd 66,3 jaar. Dat is ruim 2,5 maand hoger dan een jaar eerder, in 2024. Er gingen vorig jaar ruim 100.000 werknemers met pensioen. Lees ook: UWV: vergrijzing blijft zorgen voor personeelstekorten Veel werknemers stoppen al vóór de AOW-leeftijd Cijfers van het CBS laten zien dat werknemers gemiddeld vóór het behalen van de AOW-leeftijd met pensioen gaan. Het aantal werknemers dat stopt met werken vóór het behalen van de AOW-leeftijd daalt wel. In 2025 ging 40 procent van de werknemers voor zijn 67e met pensioen, in 2024 was dit nog 46 procent. In beide jaren lag de AOW-leeftijd op 67 jaar. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2025 van TNO en CBS blijkt dat de leeftijd tot wanneer mensen willen doorwerken ook lager ligt dan de AOW-leeftijd. Aan werknemers van 45 jaar en ouder werd gevraagd tot welke leeftijd zij willen doorwerken. Hieruit kwam de gemiddelde leeftijd van 65,7 jaar. Ook kregen zij de vraag tot welke leeftijd zij denken – lichamelijk en geestelijk – in staat te zijn om hun huidige werk voort te zetten. Hieruit kwam een gemiddelde leeftijd van 66,3 jaar. Betere omstandigheden houden mensen langer aan het werk Ondanks dat ze nog steeds in de minderheid zijn, blijven wel steeds meer mensen doorwerken na het behalen van de AOW-leeftijd. In een eerder interview met HRMorgen zei Sjaak van Heukelum, directeur van Doorwerkgever, dat meer mensen willen doorwerken wanneer je de omstandigheden aanpast. “Wanneer je als werkgever niets doet, wil slechts één op de tien werknemers doorwerken na zijn pensioen. Als je wel iets doet als werkgever en weet wat je moet doen, wil 40 procent van de werknemers doorwerken”, zo stelde hij begin 2025. Uit de NEA 2025 blijkt dat 22,5 procent van de werknemers hoe dan ook niet langer door wil werken. Overige werknemers zouden onder bepaalde omstandigheden wel tot een hogere leeftijd door willen werken. Bijvoorbeeld als zij minder uren of minder dagen per week kunnen werken (46,3 procent) of met lichter werk (fysiek en/of psychisch, 18,9 procent). Ook wanneer het financieel onaantrekkelijk wordt om te stoppen met werken, zijn mensen bereid om tot een hogere leeftijd aan het werk te blijven (ook 18,9 procent). Werken na pensionering: overbruggingswerk Mustafa Firat, Mark Visser en Gerbert Kraaykamp deden onderzoek naar overbruggingswerk, waarbij vaak sprake is van een hybride situatie, waarin de werknemer betaald werk uitvoert en daarnaast een vorm van pensioen ontvangt. Uit het onderzoek blijkt dat er verschillende redenen zijn waarom mensen na hun pensionering blijven werken of opnieuw gaan werken. De onderzoekers maken gebruik van gegevens van de Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe (SHARE) en analyseren 58.644 mensen uit 28 Europese landen. Ook Nederland wordt hierin meegenomen; de Nederlandse steekproef bestaat uit 1.764 personen. Hoewel tegenwoordig meer mensen betaald werk verrichten na hun pensionering dan vroeger, gaan mensen nog altijd vaker permanent met pensioen. In alle landen waar het onderzoek werd uitgevoerd, verliet meer dan 50 procent van de gepensioneerden de arbeidsmarkt definitief. Werkenden die wel weer terugkeerden op de arbeidsmarkt, deden dat gemiddeld na een jaar. 77 procent kwam terug op de arbeidsmarkt in hetzelfde jaar als dat zij met pensioen gingen. Zij bleven in de meeste gevallen een korte tijd werken. Het onderzoek bestond namelijk uit verschillende meetmomenten. 64 procent van de werkende gepensioneerden bleek slechts op één meetmoment werkzaam te zijn. Waarschijnlijk deden zij maximaal twee jaar overbruggingswerk, gezien het tijdsinterval tussen de meetmomenten. Lees ook: Hoogleraar Duurzame inzetbaarheid Annet de Lange: ‘Zie gepensioneerden als kansgroep’ Uit het onderzoek blijkt dat in Nederland 28,5 procent van de gepensioneerden op enig moment betaald werk combineert met pensioeninkomen. Daarmee staat Nederland in de top drie van Europese landen met overbruggingswerk. Alleen in Zweden (49,2 procent) en Zwitserland (41 procent) lag het aandeel gepensioneerden met betaald werk beduidend hoger. In Oost-Europese landen, zoals Slowakije (11,6 procent) en Roemenië (6,6 procent), was veel minder sprake van overbruggingswerk. Uit het onderzoek blijkt dat voor 30 tot 40 procent een financiële noodzaak de primaire reden is om door te werken. Een veel groter deel – ruim 50 tot 60 procent – geeft zingeving en identiteit als een belangrijke reden om door te werken. Na de AOW-leeftijd vooral in deeltijd In het onderzoek van Firat, Visser en Kraaykamp gaven veel ondervraagden aan niet fulltime te willen werken, maar wel graag iets blijven doen. Hoewel de groepen niet een op een te vergelijken zijn, zien we eenzelfde beeld terug in de CBS-cijfers over doorwerken na de AOW-leeftijd. In 2025 werkte 52 procent van de werkende 55-plussers tot de AOW-leeftijd voltijds. Bij werkenden die de AOW-leeftijd al behaald hadden, was dit 13 procent. Vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd hebben werknemers ook relatief vaak een flexibele arbeidsrelatie. In 2025 had 13 procent van de werknemers van 55 jaar tot de AOW-leeftijd een flexibele arbeidsrelatie, tegenover 77 procent van degenen die de AOW-leeftijd bereikt hadden. arbeidsmarktkrapte, arbeidsproductiviteit, pensioen, vergrijzing Print Over de auteur Over Redactie HRMorgen Bekijk alle berichten van Redactie HRMorgen