"Breng je organisatie verder"
SLUIT MENU

Kamer stemt in met Wet meer zekerheid flexwerkers

De Kamer heeft ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers. De wet beperkt de mogelijkheden van zowel interne als externe flexcontracten.

De Tweede Kamer heeft met grote meerderheid voor de Wet meer zekerheid flexwerkers gestemd. Met het wetsvoorstel, onderdeel van een breder pakket aan arbeidsmarkthervormingen, worden zowel de mogelijkheden van interne flex als externe flex beperkt, door bijvoorbeeld het afschaffen van de nulurencontracten en de beperking van de uitzendduur. Ook wordt wettelijk vastgelegd dat extern personeel dat ’ter beschikking wordt gesteld’ – zoals uitzendkrachten en gedetacheerden – gelijkwaardig beloond moeten worden.

Met de wet – die per 1 januari 2028 ingaat – wil het kabinet werknemers met een flexibel arbeidscontract meer zekerheid geven over hun inkomen en hun werktijd.

Minister Vijlbrief (SZW): “Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is. Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst. En die zekerheid biedt ook ruimte voor scholing en ontwikkeling, wat goed is voor de werknemer en de werkgever. Dit wetsvoorstel heeft de steun van zowel de vakbonden als de werkgevers, en ik ben heel blij dat nu ook een grote meerderheid in de Kamer het steunt.”

Hoofdpunten Wet meer zekerheid flexwerkers

De wet bevat drie belangrijke veranderingen:

1. Nulurencontract afgeschaft

Nulurencontracten of oproepcontracten worden vervangen door bandbreedtecontracten: werkgever en werknemer spreken een minimumaantal uren af waarvoor de werknemer standaard wordt ingeroosterd én betaald. Het maximum mag niet meer dan 130% boven het minimum liggen. Buiten de afgesproken uren bestaat er geen verplichting om te komen werken.

Voor studenten, scholieren en aow-gerechtigden blijft het wel mogelijk om met nulurencontracten te werken.

2. Beperking draaideurcontracten

Na drie tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever geldt een verplichte tussenpoos voordat opnieuw een tijdelijk contract mag worden aangeboden. Het wetsvoorstel stelde deze op 5 jaar (60 maanden), maar via een aangenomen amendement is dit verkort naar 36 maanden. Dit geldt ook voor uitzendovereenkomsten. De cao-afwijkingsmogelijkheid voor opvolgend werkgeverschap vervalt.

Ook hier geldt een uitzondering voor studenten; ook voor seizoensarbeid blijft inkorten van de tussenperiode tot 3 maanden mogelijk.

3. Meer rechten en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor externe flexkrachten

Externe flexkrachten, zoals uitzendkrachten, gedetacheerden en ander personeel dat ’ter beschikking wordt gesteld’, krijgen meer rechten. Zo worden de wettelijke termijnen aangepast waarbinnen iemand als uitzendkracht mag werken.

Fase A wordt wettelijk teruggebracht van 78 naar 52 weken. Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar. Cao-afwijkingen op deze termijnen zijn niet langer toegestaan. Na in totaal 3 jaar heeft de uitzendkracht recht op een contract voor onbepaalde tijd.

Ook krijgen alle externe flexkrachten recht op minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers bij de organisaties die het extern personeel inlenen. Dat betekent ook een informatieplicht van inleners over de beloning richting de uitlenende bureaus.

Deze nieuwe wettelijke regelingen zijn overigens al opgenomen in de lopende ABU/NBBU cao voor uitzendkrachten en de VvDN cao voor gedetacheerden.

De nieuwe voorwaarden betekenen ook dat de kosten van uitzendarbeid en detachering al sinds begin dit jaar zijn gestegen.

Ingangsdatum deels 2027

Het deel van de wet dat gaat over de gelijke arbeidsvoorwaarden voor flexkrachten gaat in op 1 januari 2027. De rest van de wijzigingen (bandbreedtecontract, ketenregeling, uitzendfasen) gaat in op 1 januari 2028. Als de Eerste Kamer binnenkort ook instemt met het wetsvoorstel. Gezien de grote meerderheid in de Tweede Kamer voor de wet lijkt dat geen probleem.

Breder pakket arbeidsmarkthervormingen

De Wet meer zekerheid flexwerkers maakt deel uit van een breder pakket wetgeving voor hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Voorstellen daartoe zijn afkomstig uit de SER en zijn gebaseerd op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020.

Zo werd onlangs de wet rechtsvermoeden bij laag tarief goedgekeurd en komt er nog wetgeving aan over de verplichte arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen en een wet crisisregeling personeelsbehoud. Ook werkt het kabinet aan de Zelfstandigenwet.

Daarnaast gaat de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) op 1 januari 2027 van kracht, waarmee er onder andere een toelatingsstelsel komt dat malafide uitzendbureaus en detacheerders moet aanpakken.

Meer weten: Download de whitepaper HR & Flex. 10 aandachtspunten 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.



×