"Breng je organisatie verder"
SLUIT MENU

De cijfers achter digitalisering en AI op de werkvloer

Hoe digitaal volwassen zijn Nederlandse organisaties en HR-afdelingen? En zijn er ook cijfermatige inzichten over de toepassing van kunstmatige intelligentie op de werkvloer en in HR-processen? HRMorgen zocht het uit.

Met het basisniveau van digitalisering zit het wel goed in ons land. In 2025 heeft 89 procent van de kleine en middelgrote bedrijven in Nederland het basisniveau van digitale intensiteit bereikt, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het Europese gemiddelde ligt op 71 procent. 

Het basisniveau van digitale intensiteit is een graadmeter voor de digitalisering van bedrijven. Op dat niveau zitten bedrijven die gebruik maken van minimaal vier van de twaalf door de EU geselecteerde digitale technologieën. Van de bedrijven in de informatie- en communicatiesector haalt wel 98 procent het basisniveau. Bedrijven in de horeca hebben het vaakst een lage digitale intensiteit (41 procent).

Digitale volwassenheid van HR-processen

Ook op HR-gebied zijn veel processen gedigitaliseerd, al is dat niet in alle organisaties in even grote mate. Uit de HR Benchmark 2026 van Youforce blijkt dat slechts 13 procent van de respondenten hun HR-afdeling als volledig digitaal volwassen beschouwt. Dit betekent dat deze afdelingen gebruikmaken van geïntegreerde, automatische en foutloze processen. 

Zo’n 35 procent van de respondenten noemt hun HR-afdeling overwegend digitaal volwassen, met deels geautomatiseerde en enkele handmatige onderdelen. In 29 procent van de bedrijven was sprake van een redelijk digitale HR-afdeling, met wel de juiste systemen, maar de koppelingen tussen deze systemen werken nog niet vlekkeloos. Daarnaast gaf 22 procent van de respondenten aan dat zij wel enkele tools gebruiken, maar dat die niet met elkaar verbonden zijn. 

Onvoldoende integratie van HR-systemen

Doordat de HR-systemen onvoldoende zijn geïntegreerd, ervaren veel professionals vertraging in de HR-processen. 32 procent geeft aan wekelijks met vertraging te maken te hebben. Daarnaast geeft nog eens 30 procent aan maandelijks last te hebben van vertraging. 

In 29 procent van de gevallen heeft men zelden last van vertraging door onvoldoende integratie van de systemen; in organisaties met meer dan vijfhonderd werknemers geldt dit zelfs voor 40 procent.

Van de respondenten geeft 21 procent aan dat onvoldoende integratie tussen systemen een belemmering is voor verdere digitalisering. 70 procent denkt dat HR met geïntegreerde digitalisering meer impact kan maken met minder middelen. Nu zijn veel HR-afdelingen nog te vaak reactief, omdat processen niet volledig gedigitaliseerd zijn, geeft 55 procent van de respondenten aan. 

Opvallend is dat meer dan de helft van de respondenten (52 procent) zegt dat digitalisering soms voelt als extra werk, in plaats van dat het verlichting geeft.   

Werken op afstand dankzij digitalisering

Digitalisering speelt ook een belangrijke rol bij de mogelijkheid om op afstand te kunnen werken. In 2025 maakte 80 procent van de bedrijven in ons land het mogelijk om op afstand te werken, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Ruim 60 procent van alle werknemers had de mogelijkheid om hier in de praktijk gebruik van te maken. Niet iedere functie kan immers op afstand worden uitgevoerd. 

Dat is ook terug te zien in de verschillen tussen de sectoren. Zo wordt werken op afstand het minst vaak ondersteund door bedrijven in de horecasector (58 procent) en heeft slechts 20 procent van de werknemers in deze sector de mogelijkheid om dit ook daadwerkelijk te doen. In de bedrijfstakken verhuur en handel onroerend goed, informatie- en communicatie en financiële dienstverlening is het daarentegen juist vaak mogelijk om vanaf een andere locatie te werken (respectievelijk in 98 procent van de bedrijven, 95 procent en 95 procent).

Kleinere bedrijven bieden hun werknemers minder vaak de mogelijkheid om op afstand te werken. Van de bedrijven met 10-50 werkzame personen biedt 76 procent die optie, in bedrijven met 50-250 werkzame personen gaat dat om 92 procent en bij organisaties met meer dan 250 werknemers is dat bij 96 procent het geval.

Werk laten uitvoeren door AI

Uit het onderzoek Belevingen 2025 van het CBS blijkt dat 43 procent van de volwassenen met betaald werk AI gebruikt bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Van de mensen met betaald werk denkt 41 procent dat hun werk deels vervangen kan worden door kunstmatige intelligentie. 4 procent verwacht dat AI hun werk helemaal over kan nemen. Hbo- en wo-geschoolden en jongvolwassen zeggen vaker dan gemiddeld dat AI hun werk kan doen.

Onderzoek van het UWV onder 3550 werkgevers (Q4 2025) laat zien dat 10 procent van de werkgevers verwacht dat er de komende vijf jaar banen zullen verdwijnen door AI; 15 procent denkt dat er nieuwe banen zullen bijkomen.

Volgens datzelfde onderzoek denkt bijna de helft van de werkgevers (49 procent) dat werknemers door AI andere scholing nodig hebben. Daarnaast verwacht 45 procent dat werknemers andere vaardigheden nodig hebben door AI. Denk daarbij aan samenwerken, aanpassingsvermogen, digitale, kritische en ethische vaardigheden en sociale en communicatieve vaardigheden. 29 procent van de werkgevers verwacht dat functies sterk zullen veranderen.

Gebruik AI door werknemers in de praktijk

Uit de AI Monitor van Newton — gebaseerd op onderzoek onder 2504 Nederlanders in maart 2026 — blijkt dat werknemers kunstmatige intelligentie vooral gebruiken als informatiebron (65 procent), voor het verbeteren van teksten (45 procent) of voor het maken van nieuwe teksten (34 procent). Maar bijvoorbeeld ook —zij het in mindere mate — als sparringpartner (23 procent). 

De gebruikers verwijderen in veel van de gevallen geen gevoelige informatie voordat zij de AI-tool inzetten. Slechts 31 procent van de gebruikers van AI op het werk verwijdert voor gebruik gevoelige informatie. Ook controleert niet iedereen de output, al zijn werknemers hier alerter. 54 procent van de respondenten controleert de feiten in de output. 

De respondenten geven aan tijd te besparen in hun werk door het gebruik van AI. 28 procent geeft aan minder dan een uur tijd te besparen per week. Daarnaast geeft 28 procent aan één tot twee uur tijd te besparen, 17 procent geeft aan drie tot vijf uur te besparen en 7 procent zegt meer dan vijf uur per week te besparen door gebruik te maken van AI. De overige respondenten gaven aan geen tijd te besparen of wisten het niet.

Gedragsregels en scholing over AI

Om AI efficiënt te laten werken binnen een organisatie is, naast een goede implementatie, begeleiding van werknemers van groot belang. Zo begeleidt 61 procent van de werkgevers bij wie nu al gebruik wordt gemaakt van AI zijn werknemers daarbij.  Dat zeggen werkgevers in het onderzoek van UWV. Daarnaast gaf 38 procent aan dat werknemers worden voorbereid op toekomstig gebruik van AI.

Dat begeleiden of voorbereiden gebeurt voornamelijk door werknemers van elkaar te laten leren over AI (89 procent). Ook stimuleren veel werkgevers hun werknemers om zelf te experimenteren met AI (79 procent). Richtlijnen en afspraken over het gebruik van AI zijn door 68 procent van de werkgevers opgesteld en 65 procent biedt trainingen en cursussen aan over AI.

Uit het onderzoek van Newton blijkt dat bij 57 procent van de Nederlanders die gebruik maken van AI op het werk, de werkgever specifieke AI gedragsregels heeft opgesteld over veilig en verantwoord gebruik van AI. Instructies over het gebruik van AI zijn nog geen gemeengoed. 51 procent van de gebruikers geeft aan geen instructies te hebben gehad over het gebruik van AI op het werk en dat deze instructies ook niet beschikbaar zijn. Bij 16 procent zijn de instructies wel beschikbaar, maar heeft de werknemer deze niet ontvangen. 20 procent van de werknemers die AI gebruiken op het werk hebben korte instructies gekregen en 9 procent ontving een uitgebreide training. 

AI in werkproces HR

Uit de HR Benchmark 2026 van Youforce blijkt dat bijna driekwart van de organisaties gebruik maakt van AI in HR. Zij gebruiken AI vooral voor administratieve taken (31 procent), voor werving en selectie (31 procent) en voor voorspellende HR-analyses (25 procent). Dit resulteert in minder administratieve fouten (35 procent), lagere HR-kosten (32 procent), betere datagedreven inzichten (31 procent), betere voorspelbaarheid (30 procent), snellere doorlooptijden (29 procent) en meer tijd voor coaching en persoonlijke aandacht (24 procent). Zo’n 15 procent ervaart (nog) geen voordelen van het gebruik van AI in HR. 

Rol HR bij AI-adoptie

Uit het onderzoek blijkt dat HR lang niet altijd een rol heeft bij de adoptie van AI binnen de organisatie. In 12 procent van de organisaties heeft HR helemaal geen rol. Bij 30 procent is HR een volger, maar geen kartrekker. HR ondersteunt AI-bewustzijn en -vaardigheid in 37 procent van de organisaties en bij 18 procent leidt HR AI-adoptie binnen teams. Slechts in 3 procent van de gevallen is HR strategisch verantwoordelijk voor de AI-gereedheid binnen de gehele organisatie.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de mate van AI-adoptie wordt bepaald door de hoeveelheid concurrentie die werknemers op de arbeidsmarkt ervaren. Wanneer er sprake is van veel concurrentie, lopen werknemers meer gevaar om vervangen te worden. Het niet adopteren van AI heeft dan een hoge prijs. In een competitieve arbeidsmarkt worden werknemers sterker geprikkeld om AI te gebruiken om productiviteit te verhogen, inzetbaarheid te behouden en concurrentievoordeel veilig te stellen. Wanneer banen en taken weinig onder druk staan, ontbreekt deze prikkel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.



×