Redactie HRMorgen 16 januari 2026 0 reacties Print Centrale looneis bemoeilijkt veel CAO-onderhandelingenBijna vier op de tien cao-onderhandelingen stranden al voordat ze echt beginnen. Dat zegt AWVN na de eindevaluatie van het cao-jaar 2025. Volgens de werkgeversvereniging bieden hoge centrale looneisen te weinig ruimte voor sectorspecifieke en bedrijfsmatige maatwerkafspraken, terwijl die broodnodig zijn. De lonen bleven in 2025 stijgen. Aan het begin van het jaar bleven de cao-maandgemiddelden hangen boven de 4 procent op twaalfmaandsbasis. Na april zette een geleidelijke daling in, met uiteindelijk een gemiddelde loonafspraak van 3,9 procent over 2025. Hoewel dit lager was dan in 2024 (5,3 procent), blijft het historisch gezien hoog, stelt werkgeversvereniging AWVN. Dat blijkt volgens de vereniging uit de eindevaluatie van het cao-jaar 2025. Lees ook: AWVN: Loonafspraken november lager, zorgen blijven Minder ruimte voor echte onderhandelingen Afgelopen jaar eindigden de onderhandelingen bij 39 procent van de afgesloten cao’s met een laatste voorstel. Dit wordt ook wel een eindbod genoemd. In zulke gevallen is er nauwelijks ruimte om afspraken zorgvuldig uit te onderhandelen of aan te passen aan sectorspecifieke of bedrijfsmatige omstandigheden. “Eindboden negeren niet alleen de realiteit in bedrijven, ze zetten ook de arbeidsverhoudingen onder druk. Juist die goede verhoudingen zijn cruciaal om samen afspraken te maken over de toekomst van een bedrijf of een hele sector,” legt Jena de Wit, beleidsadviseur bij AWVN, uit. Lees ook: AWVN: ‘Argument voor loongolf is verdwenen’ Het hoge aantal eindboden werd volgens de werkgeversvereniging mede veroorzaakt door sterke vakbondscoördinatie op centrale loonafspraken. FNV zette in op een loonstijging van 7 procent en CNV hanteerde een bandbreedte van 3,5 tot 6 procent. Voorstellen onder een bepaald percentage konden alleen als eindbod worden voorgelegd, ook wanneer bedrijfs- of brancheomstandigheden om lagere loonafspraken vroegen. Nauwelijks oog voor sectoren en bedrijven Het gebrek aan ruimte voor sectorspecifieke en bedrijfsmatige afwegingen, leidde volgens AWVN voor werkgevers tot extra onzekerheden, hogere kosten en meer administratieve lasten. Sommige sectoren hadden al te lijden onder een verslechtering van het werkgeversklimaat, onder meer door stikstofbeperkingen, netcongestie en oplopende loonkosten. Uit de adviespraktijk van AWVN blijkt dat bedrijven vaker activiteiten naar het buitenland verplaatsen of reorganiseren. Lees ook: Werkgeversorganisaties roepen op tot loonmatiging in onzekere tijden De aandacht voor kwalitatieve arbeidsvoorwaarden bleef achter, stelt de werkgeversvereniging. Denk aan een leven lang ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en de impact van technologische ontwikkelingen (AI). Een onderwerp dat in 2025 wél nadrukkelijk op de cao-agenda stond, was de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Mede ingegeven door de aanpassing van de RVU-regeling zijn in ruim de helft van de afgesloten cao’s afspraken gemaakt over de RVU. Arbeidsproductiviteit moet onderwerp van gesprek zijn Om de forse loonstijgingen van de afgelopen jaren te kunnen blijven bekostigen en het werk met de beschikbare mensen gedaan te krijgen, is groei van de arbeidsproductiviteit noodzakelijk, zegt AWVN. “Dit vraagt om toekomstbestendige cao-afspraken die passen bij de financiële draagkracht van een onderneming of sector en ruimte laten voor investeringen in scholing, technologische ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.” Eindevaluatie downloaden De eindevaluatie van het cao-jaar 2025 Het jaar van de eindboden is te downloaden via www.awvn.nl. De meest actuele arbeidsvoorwaardeninformatie en interessante grafieken zijn te vinden op de speciale AWVN-website cao-kijker.awvn.nl. arbeidsvoorwaarden, AWVN, cao, loon Print Over de auteur Over Redactie HRMorgen Bekijk alle berichten van Redactie HRMorgen