Arthur Lubbers 11 december 2025 0 reacties Print Het toelatingsstelsel (Wtta) voor uitzend- en detacheringsbureaus, zo werkt dat in de praktijkDe Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) brengt een gedeelde ketenverantwoordelijkheid met zich mee. Als opdrachtgever kan je boetes krijgen tot € 90.000 per overtreding als je na 1 januari 2028 flexkrachten inleent via niet toegelaten uitleners. In dit artikel leest u hoe de uitvoering van dit toelatingsstelsel in z’n werk gaat. De kogel is door de kerk; de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) gaat in per 1 januari 2027. Vanaf 1 januari 2028 mag je als organisatie geen uitzendkrachten en gedetacheerden meer inzetten via intermediairs die niet officieel zijn toegelaten. Patrick Tom, directeur van inspectie-instelling Bureau Cicero, en Kees van Nieuwamerongen, interim-directeur van de nieuw op te richten toelatende instantie Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), feliciteren elkaar daags nadat Wtta is aangenomen door de Eerste Kamer. “Eindelijk is het zover. We kunnen aan de slag”, klinkt het enthousiast. Van Nieuwamerongen: “Ik ben ervan overtuigd dat dit tot een betere, gezondere arbeidsmarkt leidt.” In dit dubbelinterview vertellen zij wat de komst van het toelatingsstelsel gaat betekenen voor uitzendbureaus en detacheerders (uitleners) en organisaties die tijdelijke krachten inhuren (inleners). Wat doet de NAU? De nieuw op te richten Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) – die onder het ministerie van SZW valt – wordt verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wtta. De 3 belangrijkste taken van de NAU zijn: Het beoordelen van toelatingsaanvragen van uitleners Het beheren van een openbaar register van toegelaten uitleners Het aanwijzen van inspectie-instellingen Aan Kees van Nieuwamerongen de taak de NAU op te zetten. Uiteindelijk moet de NAU uitgroeien tot een organisatie van circa 150 medewerkers die vanuit het kantoor in Lelystad alle werkzaamheden zullen gaan uitvoeren. Te beginnen met het aanwijsloket voor inspectie-instellingen (vanaf 1 juli 2026) en het aanmeldloket voor uitleners (dat wordt geopend vanaf november 2026.) Inspectie en toelating in een gesloten systeem Hoe werkt dat toegelaten worden? Een private inspectie-instelling, zoals Bureau Cicero, voert audits uit en toetst of de uitlener het verplichte normenkader naleeft dat geldt voor de Wtta. Patrick Tom over de rol van de inspectie-instelling. “Wij stellen alleen op basis van het verplichte Wtta-normenkader vast of er sprake is van een conformiteit. Belangrijk onderdeel is bijvoorbeeld de juiste beloning. Maar wij gaan niet op de stoel van de rechter zitten als bijvoorbeeld sociale partners het niet eens zijn over hun cao. En wij delen ook geen boetes uit. De Arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor handhaving en toezicht. Het is aan de Arbeidsinspectie om boeven te pakken.” Transparante beoordeling De inspectie-instelling komt met een inspectierapport. Is dat rapport positief, dan beslist vervolgens de NAU op basis van dit rapport en andere wettelijke eisen, zoals het storten van een waarborgsom, of deze uitlener wel/niet in het register wordt toegelaten. Van Nieuwamerongen: “Het is uiteindelijk formeel de minister die beslist. Wij zorgen voor een transparante beoordeling, verrijkt met aanvullende informatie van bijvoorbeeld de Belastingdienst.” Volgens Van Nieuwamerongen is het toelatingsstelsel het meest concrete resultaat van marktregulering. “Je komt als uitlener of wel of niet in het register. Het toelatingsstelsel is een digitaal gesloten systeem.” Als alle partijen met elkaar samenwerken weten we hoe de hazen lopen en is de pakkans veel groter. Patrick (Bureau Cicero) Naleving bestaande wetgeving De basis voor het nieuwe normenkader is het huidige, private SNA-keurmerk. SNA-certificering is vrijwillig en toetst vooral de financiële en administratieve betrouwbaarheid. Het bredere normenkader van de Wtta is verplicht voor alle uitleners en toetst ook of een bedrijf goed en verantwoord omgaat met werknemers. Maar voldoet een uitzend- of detacheringsbureau aan het SNA-keurmerk, dan is die uitlener al goed op weg, weet Tom. “Er leeft een angstbeeld dat de komst van de Wtta heel veel hassle met zich meebrengt. Dat gevoel herken ik. Tegelijkertijd, als je het toelatingsstelsel afpelt, draait het vooral om de naleving van bestaande wetgeving. Maar we realiseren ons heel goed dat dit voor veel partijen toch veel werk lijkt — zeker in combinatie met de nieuwe cao voor uitzendkrachten. We kijken hier niet vanuit een ivoren toren naar. We begrijpen wat er op bedrijven afkomt en zullen daarin ook de menselijke maat hanteren.” Overgangsrecht vanwege extra werk Voor inspectie-instellingen zoals Bureau Cicero betekent de komst van de Wtta heel veel extra werk. Tom verwacht zelfs een verzesvoudiging van de markt. Het aantal bedrijven dat moet worden gecertificeerd/toegelaten zal zeker verdubbelen en de inspectie zal (in vergelijking met een SNA-keurmerk) ook verdubbelen. “Vooral de exercitie van het toetsen van de juiste loonbetaling zal veel tijd in beslag nemen. En de nieuwe uitzend-cao maakt het er niet gemakkelijker op.” Vanaf 1 januari 2028 moeten uitzenders en detacheerders dus in het register staan als zij willen blijven uitlenen. Dat lijkt ver weg, maar de tijd begint te dringen, gezien de enorme aantallen flexbedrijven en de beperkte capaciteit van de inspectie-instellingen en de NAU. Om te voorkomen dat uitleners na 1 januari 2028 niet meer mogen uitlenen, geldt het overgangsrecht. Intermediairs die zich vóór 1 januari 2027 hebben aangemeld bij de NAU én nog geen inspectierapport hebben, mogen dan toch blijven uitlenen. Risico-sectoren eerst De komst van de Wtta wordt zowel in de politiek als in de flexbranche zelf breed gesteund. Betekent dat dat de zelfregulering (het vrijwillige SNA-keurmerk) is mislukt? Dat is niet de woordkeus van Van Nieuwamerongen, maar hij stelt wel: “Deze wet komt er niet voor niets.” De kracht zit volgens hem echter juist in de publiek-private samenwerking. “We zullen samenwerken met de Belastingdienst, Arbeidsinspectie, brancheorganisaties en inspectie-instellingen. We zijn een autoriteit en hebben een onafhankelijke positie, zowel van de politiek als naar de uitzendsector. Wij willen als NAU midden in de markt staan, want we hebben ook een signalerende en reflecterende rol. Dat werkt beide kanten op, zowel naar de markt als naar de minister. Uiteindelijk gaat het om de uitvoerbaarheid, resultaten.” Want er zal ongetwijfeld een situatie ontstaan op 1 januari 2028 waarop nog niet alle flexbedrijven getoetst zijn. Ook de NAU zal niet direct voldoende capaciteit hebben op alle aanvragen tijdig te verwerken. Van Nieuwamerongen: “Het duurt enkele jaren voordat we een volledige capaciteit hebben, misschien pas in 2030. Wij zullen er alles aan doen om het wegwerken van de wachtrij zo slim mogelijk aan te pakken. Dat betekent de ingewikkelde (lees: potentieel malafide, red.) gevallen eerst. Op basis van feeling en signalen uit de markt zullen we gericht te werk gaan, niet op individueel niveau, maar bijvoorbeeld afgaand op regio’s of risicosectoren.” Worden malafide uitzenders echt geweerd? Hoewel politiek breed gedragen, was er ook kritiek vanuit de Eerste Kamer op het toelatingsstelsel. Het zou de lastendruk – voor met name kleinere uitzenders – vergroten. Ook wordt betwijfeld of malafide uitzenders hierdoor wel echt geweerd zullen worden. Misstanden met ter beschikking stellen van arbeidskrachten zullen blijven voorkomen, want de cowboys in de markt houden zich sowieso niet aan de regels, nu niet en ook in de toekomst niet – zo is de redenering. Van Nieuwamerongen pareert die kritiek. “Op dit moment worden bonafide uitzenders door malafide uitzenders weggeconcurreerd. Het creëren van een gelijk speelveld is juist in het belang van bonafide uitzenders.” Ook Patrick Tom gelooft in dat dit systeem daadwerkelijk malafide uitzenders zal gaan weren. “Als alle partijen – ieder vanuit zijn eigen rol – met elkaar samenwerken, weten we hoe de hazen lopen en is de pakkans veel groter. In zo’n gesloten systeem is straks geen ruimte meer voor cowboys in de markt.” Professionalisering en exodus uitzendmarkt Wel verwacht Tom dat de komst van de Wtta de markt zal opschudden. “Straks is ongeveer 90% van alle uitzenduren gecertificeerd, mede doordat grote uitzenders al in het bezit zijn van het SNA-keurmerk. Voor hen verandert er relatief weinig. Maar voor kleinere en startende uitzenders verandert er wel veel. Lees ook: Dankzij nieuwe cao wordt detachering een interessanter alternatief voor zzp’ers: ‘Het biedt zowel meer rust als meer flexibiliteit’ De partijen die bewust onbekwaam zijn, zal de Arbeidsinspectie er grotendeels uitpikken. De kleinere, welwillende uitzenders die onbewust onbekwaam zijn – maar wel een eerlijk haalbaar verdienmodel hebben – zullen moeten professionaliseren. Zij moeten zorgen dat ze hun administratie op orde krijgen. Veel van hen zullen hun backoffice gaan uitbesteden of zich aansluiten bij grotere uitzendorganisaties. Ik verwacht dus wel een exodus en consolidatieslag in de uitzendmarkt.” Kees van Nieuwamerongen (NAU) over het belang van een gedeelde ketenverantwoordelijkheid: “Tegenover een malafide uitlener staat meestal geen bonafide inlener.” Gedeelde ketenverantwoordelijkheid Opdrachtgevers zijn beboetbaar (maximaal € 90.000 per overtreding) als zij na 1 januari 2028 flexkrachten inlenen via niet-toegelaten uitleners. Als inlenende organisatie moet je dus checken of een uitlener in het register staat, voordat je uitzendkrachten en gedetacheerden via hen inhuurt. Van Nieuwamerongen: “Dat dwingt tot ketentransparantie. De inlener moet zich afvragen ‘met wie doe ik eigenlijk zaken?’” De verantwoordelijkheid ligt dus niet alleen maar bij de uitzendbureaus. “Inleners kunnen niet meer wegkijken. Het argument ‘ik wist het niet’ geldt niet meer.” Die gedeelde ketenverantwoordelijkheid is een goede zaak, stelt Van Nieuwamerongen. “Want tegenover een malafide uitlener staat meestal geen bonafide inlener.” Volgens Tom betekent dit dat opdrachtgevend Nederland antwoord moet vinden op de fundamentele vraag: weten we wie bij ons ter beschikking is gesteld onder onze leiding en toezicht (en waar dus deze ketenverantwoordelijkheid voor geldt)? “Veel Inleners hebben dat nog niet goed genoeg in beeld en zullen dit straks wél zorgvuldig en aantoonbaar moeten vastleggen.” ‘Wtta niet zaligmakend, wel noodzakelijk’ Ex-minister Van Hijum zei al dat ‘Nederland verslaafd is aan laagbetaalde arbeid’ en ook Borstlaps beroemde rapport met de titel ‘In wat voor land willen wij werken?’ geven aan dat de (uitzend)markt beter gereguleerd moet worden. Het toelatingsstelsel is volgens Van Nieuwamerongen ‘een heel belangrijke stap’ in de richting die de politiek wenst. “De Wtta is niet zaligmakend, maar wel noodzakelijk. Het heeft een verplichtend karakter en biedt de mogelijkheid tot handhaving. Bovendien levert het hebben van een digitaal gesloten systeem een enorm inzicht op.” Lees ook: Uitzendkrachten en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta): wat betekent deze wet voor u? Daarbij staat of valt het succes volgens Van Nieuwamerongen met een goede samenwerking tussen alle betrokken partijen bij de uitvoering van de Wtta. “Op die manier weten we welke misstanden, waar en in welke mate plaatsvinden. En kom je tot uitvoerbare resultaten.” Patrick Tom is het daarmee eens: “De Wtta vraagt geen wij-zij-denken tussen publieke en private uitvoerders. We trekken samen op. De verplichtingen liggen bij de uitleners — maar het is aan ons als partners in het stelsel om ervoor te zorgen dat naleving duidelijk, haalbaar en toetsbaar is.” Bureau Cicero, detacheren, NAU, toelatingsstelsel, uitzenden, Wtta Print Over de auteur Over Arthur Lubbers Bekijk alle berichten van Arthur Lubbers