Redactie HRMorgen 12 december 2025 0 reacties Print OESO: Skills-gap in 21e eeuw wordt sterk bepaald door achtergrondBelangrijke 21e-eeuwse vaardigheden worden sterk beïnvloed door sociaal-economische achtergrond, gender en woonplaats. Dat schrijft de OESO in het rapport Skills Outlook 2025. Landen moeten inzetten op gelijke toegang tot hoogwaardig leren en betere benutting van talent. Sociaaleconomische afkomst, gender, migratieachtergrond en woonplaats bepalen in grote mate of mensen de vaardigheden kunnen ontwikkelen én benutten die in de 21e eeuw essentieel zijn. Het zijn dus vooral factoren waar mensen zelf weinig invloed op hebben. Dat concludeert de OESO, de samenwerkingsorganisatie van 38 landen, in het nieuwe rapport OECD Skills Outlook 2025. Het onderzoeksrapport verschijnt in een periode waarin economieën sterk veranderen onder invloed van pandemieën, geopolitieke spanningen, vergrijzing, de klimaatcrisis en technologische versnelling. Deze ontwikkelingen verkorten de tijd die individuen en organisaties hebben om zich aan te passen, terwijl ze bestaande ongelijkheden juist vergroten, stellen de auteurs. Lees ook: Stijn Broecke (OESO) over AI en werk: kansen, uitdagingen en de noodzaak tot regulering Vroege verschillen worden later groter Uit de analyse blijkt dat vaardigheidsverschillen al vroeg in het leven ontstaan: Jongeren met hoogopgeleide ouders presteren significant beter in kernvaardigheden zoals wiskunde en lezen. Jongens scoren gemiddeld hoger in wiskunde en financiële geletterdheid. Meisjes scoren beter in lezen, creatief denken en samenwerken. Hoewel deze vroege verschillen tijdens de schoolcarrière deels worden verkleind, lopen ze daarna weer op door uiteenlopende routes in vervolgonderwijs en arbeidsmarkt, stelt de OESO. Sociaaleconomische achtergrond als belangrijkste factor De studie noemt sociaaleconomische achtergrond de sterkste drijver van vaardigheidsverschillen. Volwassenen met minstens één ouder met een tertiaire opleiding scoren hoger op geletterdheid, rekenvaardigheid en adaptief probleemoplossen dan volwassenen zonder hoogopgeleide ouders. Het rapport spreekt van ‘sticky floors’: jongeren uit meer bevoorrechte milieus worden vaker geholpen om hun potentieel te bereiken, zelfs wanneer hun initiële vaardigheidsniveau lager is. De verschillen zijn bovendien groter in landen met hoge inkomensongelijkheid en zichtbaar in zowel stedelijke als landelijke regio’s. Vaardigheden leiden niet altijd tot gelijke kansen Niet alleen de ontwikkeling van vaardigheden is ongelijk, ook de benutting ervan op de arbeidsmarkt verschilt sterk. Hoewel veel landen formeel meritocratische systemen (waarin de sociaal-economische positie van elk individu is gebaseerd op de eigen verdiensten, red.) kennen, blijven arbeidsmarktuitkomsten vaak samenhangen met afkomst. Daardoor blijven loon- en werkverschillen bestaan, zelfs wanneer opleiding en vaardigheden gelijk zijn. Lees ook: Ongelijkheid in arbeidsomstandigheden mannen en vrouwen blijft een feit Grote verschillen in volwasseneneducatie De toegang tot bij- en omscholing verschilt sterk tussen groepen. 61 procent van de hogeropgeleiden neemt deel aan niet-formele trainingen. Slechts 19% van de lager opgeleiden doet dat. Bovendien verschillen de soorten trainingen: werknemers uit bevoorrechte milieus volgen vaker cursussen die hun vaardigheden verbreden of verdiepen, terwijl werknemers uit minder kansrijke milieus vaker operationele trainingen krijgen. Ook de barrières om deel te nemen aan trainingen variëren: vrouwen noemen vooral zorgtaken en onverwachte gebeurtenissen als obstakels, terwijl mensen in landelijke gebieden vooral beperkte beschikbaarheid ervaren. Genderkloof blijft zichtbaar Het rapport toont dat genderverschillen in vaardigheden en beloning blijven bestaan. Mannen scoren gemiddeld hoger in rekenvaardigheid en adaptief probleemoplossen. De kloof in rekenvaardigheid is het grootst onder hoogpresterende volwassenen. De loonkloof blijft bestaan, ook bij gelijke opleiding en vaardigheden. Beroepssegregatie is hardnekkig: slechts 29 procent werkt in een beroep waarin het eigen geslacht in de minderheid is. Lees ook: Genderloonkloof in Nederland grootst en hardnekkig in tech en sales Onderwijsstijging leidt niet altijd tot hogere status Hoewel veel mensen tegenwoordig hoger opgeleid zijn dan hun ouders, leidt dat niet altijd tot een hogere maatschappelijke positie. Slechts 12 procent van de volwassenen heeft een lager opleidingsniveau dan hun ouders, maar 36 procent werkt in een beroep met een lagere sociale status dan dat van hun ouders. Dubbele opdracht voor landen De OESO concludeert dat landen voor een dubbele uitdaging staan. Enerzijds brede toegang tot hoogwaardig leren bieden, van vroege kinderjaren tot volwassenheid. Anderzijds zorgen dat vaardigheden daadwerkelijk worden benut in productieve en goed gewaardeerde banen. Volgens de organisatie is dit essentieel om economische groei, innovatie en sociale cohesie te waarborgen in een tijd van snelle verandering. gelijkheid, loonkloof, OESO Print Over de auteur Over Redactie HRMorgen Bekijk alle berichten van Redactie HRMorgen