"Breng je organisatie verder"
SLUIT MENU

Aan de slag met alcohol-, medicijn- en drugsgebruik op de werkvloer

Werknemers die alcohol, drugs of medicijnen gebruiken, kunnen een extra risico vormen voor een gezonde of veilige werkomgeving. Hoe ga je daarmee om als werkgever? Trimbos-instituut maakte een handreiking voor alcohol-, drugs- en medicijnbeleid (ADM-beleid).

Wanneer iemand werkt onder invloed kan dit leiden tot ongelukken, ziekte of uitval. In ADM-beleid maak je onder andere afspraken over gebruik van alcohol of drugs voor aanvang van het werk of tijdens het werk, het bezit van middelen op de werkvloer en het gebruik van medicijnen die de reactiesnelheid kunnen beïnvloeden tijdens het werk. 

Cijfers over alcohol en drugsgebruik

We beginnen met een aantal cijfers. Van de werkenden in Nederland drinkt 17 procent zo veel of zo vaak dat zij daar problemen van ondervinden. Dat is het geval als ze achteraf spijt hebben van hun alcoholgebruik, hun verplichtingen niet kunnen nakomen of van anderen het advies krijgen om minder te gaan drinken. 

Het gebruik van alcohol leidt tot 603 duizend dagen direct verzuim en daarnaast nog tot bijna 2,3 miljoen dagen aan verminderd functioneren. Ziekte en verminderde productiviteit door alcoholgebruik kost werkgevers per jaar 1,3 miljard euro. 11,5 procent van de werkenden gebruikt drugs. 

Voorkomen problematisch gebruik is beter dan genezen

Het Trimbos-instituut heeft in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een handreiking opgesteld om werkgevers, werknemers en arboprofessionals te helpen bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van een effectief ADM-beleid. ADM-beleid is gericht op het voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren van problemen. 

“Een bedrijf is een afspiegeling van de maatschappij”, zo schrijft het Trimbos-instituut. “Er heerst veel taboe en schaamte op middelengebruik, waardoor signalen van alcohol- of drugsgebruik soms pas zichtbaar worden als iemand problematisch gebruikt of verslaafd is. Des te belangrijker om een veilige omgeving te creëren met aandacht voor preventie en ondersteuning. Voorkomen is namelijk beter dan genezen.”

Handreiking voor ADM-beleid: vier pijlers

De handreiking adviseert een integrale preventieaanpak op basis van vier pijlers. 

1. Regels en handhaving

Stel regels op over middelengebruik in relatie tot werk: welke regels zijn er binnen de organisatie, hoe worden de afspraken gehandhaafd en welke sancties zijn er bij overtreding? 

Wat is toelaatbaar zowel tijdens het werk als tijdens werkgerelateerde activiteiten, zoals congressen of borrels? En wat is toelaatbaar bij gebruik in privétijd in relatie tot mogelijke resteffecten op het werk? 

Stel ook duidelijke regels op voor het gebruik van medicijnen die effect hebben op het bewustzijn en/of het reactievermogen. Een werkgever mag medewerkers in het kader van de AVG niet vragen naar medicijngebruik. Een medewerker kan het gebruik wel melden bij een bedrijfsarts. De bedrijfsarts beoordeelt dan of werkzaamheden (tijdelijk) moeten worden aangepast. 

En beschrijf concreet hoe je omgaat met overtreding van het ADM-beleid. Van medewerkers wordt verwacht dat zij dat beleid naleven. Wanneer dit niet gebeurt, kan dat wel arbeidsrechtelijke gevolgen hebben. 

2. Voorlichting en bewustwording

Informeer medewerkers over en maak ze bewust van de risico’s van middelengebruik in relatie tot werk. Dit is gericht op het voorkomen van problemen.

3. Signalering en ondersteuning

Middelenproblematiek is een kwetsbaar onderwerp. Daardoor durven leidinggevenden of collega’s het gesprek hierover soms niet aan te gaan. Door leidinggevenden, HR-personeel en andere preventiewerkers hierin te trainen, wordt de drempel voor gespreksvoering lager. Bespreek met elkaar welke behoefte er intern is aan ondersteuning op dit vlak. 

Een concrete beschrijving van beschikbare ondersteuning maakt het voor medewerkers makkelijker om hulp te zoeken. Geef aan wat voor laagdrempelige hulpbronnen er zijn voor medewerkers (zowel intern als extern). Vul dit aan met specifieke ondersteuning binnen jouw bedrijf. 

4. Sociale en fysieke omgeving

Breng de sociale en fysieke omgeving in kaart: hoe is de omgeving binnen het bedrijf ingericht en welke sociale norm wordt er uitgedragen over het gebruik van alcohol en drugs? Hoe wordt er binnen jouw bedrijf gesproken over alcohol en drugs? Het is belangrijk om bewust om te gaan met de norm die wordt uitgedragen door medewerkers en leidinggevenden.

Aandachtspunten voor het ADM-beleid

Wanneer je aan de slag gaat met ADM-beleid is het goed om in de gaten te houden:

  • Voor wie het beleid is. Geldt het alleen voor medewerkers, of bijvoorbeeld ook voor zzp’ers en uitzendkrachten?
  • Of je uitgebreid of beknopt beleid nodig hebt. Soms is een beknopt overzicht van de belangrijkste regels en mogelijkheden voor ondersteuning voldoende. Dit is onder meer afhankelijk van de risicofactoren in de organisatie en het aantal medewerkers.
  • Wat de risicofactoren binnen de organisatie zijn. Zaken als organisatiecultuur, de bedrijfsomvang en de samenstelling van het bedrijf spelen een rol. Ook de aard van het werk – denk aan werken met machines, fysiek zwaar werk of monotoon werk – is een belangrijke factor.
  • Dat je als werkgever werknemers niet mag testen op alcohol- of drugsgebruik. Dit is vastgelegd in de AVG. Een testuitslag wordt namelijk gezien als medisch gegeven en behoort daarmee tot de ‘bijzondere persoonsgegevens’. Alleen bij bepaalde beroepen, zoals bij piloten, schippers en spoorwegmachinisten, is het wel toegestaan. 
  • Dat de ondernemingsraad instemmingsrecht heeft op het ADM-beleid, op basis van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden. 

Bekijk hier de hele handreiking

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.



×