Redactie HRMorgen 29 juni 2026 0 reacties Print Kabinet beperkt concurrentiebeding: werknemers krijgen meer vrijheid. Werkgevers kritisch over plannen.Het kabinet moderniseert het concurrentiebeding om werknemers makkelijker van baan te laten wisselen. Werkgeversorganisaties vinden de plannen te ver gaan. Minister Hans Vijlbrief heeft een wetsvoorstel om het concurrentiebeding aan te scherpen voor advies doorgestuurd naar de Raad van State. Het doel: werknemers meer bewegingsvrijheid geven op de arbeidsmarkt. De maatregel komt voort uit het coalitieakkoord. “Veel mensen durven nu geen volgende stap te zetten, terwijl veel werkgevers staan te springen om nieuw personeel,” aldus Vijlbrief. “Daarom willen we het gebruik van het concurrentiebeding verminderen.” De belangrijkste veranderingen: werkgevers moeten voortaan compensatie betalen als zij het beding handhaven. Het beding mag maximaal één jaar van kracht zijn. Ook moeten werkgevers expliciet aangeven op welk geografisch gebied de beperking geldt. Een concurrentiebeding verbiedt werknemers om na ontslag snel bij een concurrent te werken. Hetzelfde geldt voor relatiebedingen die werken voor klanten of partners van de voormalige werkgever uitsluiten. Het doel: bescherming van bedrijfsgeheimen en klantgegevens. Onderzoek toont aan dat het gebruik van concurrentiebedingen zich sinds een decennium heeft verdubbeld. Momenteel heeft ongeveer een derde van alle werknemers ermee te maken. Veel werkgevers passen het beding echter toe zonder dat daar inhoudelijk reden voor bestaat. Werknemers in functies zonder toegang tot gevoelige informatie worden onnodig beperkt in hun loopbaanmogelijkheden. Dit fenomeen remt de dynamiek op de arbeidsmarkt, aldus voorstanders van de aanpassing. Vooral in sectoren met personeelstekorten frustreert het werknemers en maakt het voor werkgevers lastiger om talent aan te trekken. Werkgevers steunen doel, niet de uitwerking Werkgeversorganisatie AWVN onderschrijft, samen met VNO-NCW en MKB-Nederland, de hoofddoelen van het wetsvoorstel. Het onnodig en standaard opnemen van concurrentiebedingen vinden zij ongewenst, omdat dit werknemers ervan weerhoudt op de juiste plek te werken en de arbeidsmarkt minder soepel laat functioneren. Ook de wens voor meer rechtszekerheid en het behoud van de mogelijkheid om het bedrijfsdebiet te beschermen, kunnen op steun rekenen. Op de concrete uitwerking heeft AWVN echter de nodige kritiek. De werkgeversorganisaties dienden gezamenlijk een reactie in tijdens de internetconsultatie, met bezwaren op vijf punten. Het belangrijkste punt: AWVN wil het concurrentiebeding losgekoppeld zien van het relatiebeding en het anti-ronselbeding. Volgens de werkgeversorganisatie beperkt een concurrentiebeding werknemers veel ingrijpender, omdat het zowel de inhoud van het werk als het geografisch gebied raakt. Een relatiebeding of anti-ronselbeding is volgens AWVN beduidend minder beperkend en zou daarom niet onder dezelfde strenge regels moeten vallen. Ook de verplichte vergoeding van 50 procent van het maandsalaris ligt onder vuur. AWVN pleit voor een gedifferentieerd systeem, waarbij onder meer onderscheid wordt gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers. Zegt een werknemer zelf op, dan zou de werkgever volgens dit voorstel geen of slechts een beperkte vergoeding van maximaal 10 procent verschuldigd zijn. Daarnaast zet AWVN vraagtekens bij de onderbouwing van de maximumtermijn van twaalf maanden. Volgens de werkgeversorganisaties is in de rechtspraak juist regelmatig te zien dat langer lopende bedingen door de rechter worden gehonoreerd, wat haaks staat op de aanname in de toelichting bij het wetsvoorstel. Vervolg Het wetsvoorstel gaat na advies van de Raad van State naar de Tweede Kamer, waarschijnlijk eind 2026. Het sluit aan op eerder ingediende initiatieven om het concurrentiebeding te matigen. Concurrentiebeding Print Over de auteur Over Redactie HRMorgen Bekijk alle berichten van Redactie HRMorgen