SLUIT MENU

Aanscherping concurrentiebeding in aantocht

Het concurrentiebeding wordt aangescherpt. Bedrijven kunnen zo hun concurrentiegevoelige belangen beschermen, terwijl tegelijkertijd onnodig gebruik van het concurrentiebeding wordt tegengegaan. Het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding ging op 4 maart in internetconsultatie. Betrokkenen kunnen zes weken reageren.

Naar schatting heeft meer dan een derde van alle werknemers een concurrentiebeding. In hun arbeidscontract staat dan bijvoorbeeld dat een arbeidskracht een bepaalde periode bij een aantal concurrenten niet aan de slag mag of anders een geldbedrag moet betalen. 

Het afsluiten van een concurrentiebeding moet voorkomen dat werknemers cruciale informatie meenemen, zoals bedrijfsgeheimen of klantenbestanden, en zo het bedrijf kunnen schaden. 

Maar een grote groep werknemers die een concurrentiebeding heeft, heeft helemaal geen toegang tot dit soort informatie. 

Er is in de praktijk dan ook veel onjuist gebruik van het concurrentiebeding. Werkgevers zetten het bijvoorbeeld vaak in om te voorkomen dat schaars personeel naar een concurrent vertrekt. Of gewoon voor de zekerheid. Werknemers worden hierdoor onnodig beperkt om te werken waar zij willen werken.

Het aantal concurrentiebedingen terugbrengen

Minister Van Gennip wil daarom het aantal concurrentiebedingen terugbrengen en de balans tussen werkgever en werknemer herstellen. Tegelijkertijd wil zij dat bedrijven die het concurrentiebeding echt nodig hebben er gebruik van kunnen blijven maken.

De modernisering van het concurrentiebeding houdt onder meer in dat het concurrentiebeding voor maximaal één jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst mag worden toegepast. Ook moet een werkgever altijd motiveren welke zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen er zijn om het concurrentiebeding af te sluiten. Daarnaast moet het gebied worden vermeld waarin de werknemer niet mag werken vanwege het concurrentiebeding. 

Vergoeding betalen

Volgens het wetsvoorstel moet de werkgever aan de werknemer een vergoeding betalen wanneer een beroep op het concurrentiebeding wordt gedaan. Werkgevers moeten een vergoeding betalen van 50% van het laatstverdiende maandloon, voor elke maand dat het concurrentiebeding wordt gebruikt. Wordt het beding bijvoorbeeld voor zes maanden ingeroepen, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding van drie maanden loon.

Ook zal het kabinet onderzoeken of concurrentiebedingen kunnen worden verboden tot een minimum salarisgrens van anderhalf keer van het modaal inkomen. De minister hoopt deze verkenning voor komende zomer te presenteren.

Concurrentiebeding tijdens proeftijd

Vakbond CNV laat weten ook geen concurrentiebeding te willen voor werknemers in proeftijd. Als werknemers in hun proeftijd worden ontslagen, blijven ze gebonden aan het concurrentiebeding in het wetsvoorstel, stelt CNV. De vakbond schat in dat duizenden werknemers dit risico lopen en wil daarom dit voorstel snel van tafel.

“In je proeftijd ben je al kwetsbaar omdat er heel weinig ontslagbescherming is. Je kunt zomaar op straat komen te staan. En na ontslag kun je dus geen kant op omdat je gebonden bent aan het concurrentiebeding. Belachelijk. Deze rare regel moet dus van tafel. Onnodig duperend voor duizenden werknemers”, stelt CNV-voorzitter Piet Fortuin tegenover het ANP. Volgens de vakbond is er bovendien een alternatief, namelijk de geheimhoudingsverklaring.

Slecht voor de arbeidsmobiliteit

Ook werkgeversorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW vinden het onwenselijk dat concurrentiebedingen vaak standaard in arbeidsovereenkomsten staan. “Dat is slecht voor de mobiliteit van mensen op de arbeidsmarkt omdat ze zich daardoor geremd voelen om een overstap te maken”, zegt een woordvoerder tegen de Telegraaf. “Meer helderheid over wanneer een concurrentiebeding kan worden ingezet, draagt bij aan een beter werkende arbeidsmarkt én voorkomt een (onnodige) gang naar de rechter.”

Meedoen met de internetconsultatie kan hier.