"Breng je organisatie verder"
SLUIT MENU

Beslis zelf over jouw arbeidsvoorwaarden (en niet de grijze, boze mannetjes)

Wie is er nog lid van een vakbond? Ledenaantallen dalen al jaren. Bovendien: de meeste vakbondsleden zijn ‘oud’, wit en man. Daardoor beslist een niet-representatieve groep over jouw cao. Vakbond De Unie bedacht daarom een manier om het cao-proces te democratiseren: DigiC. Reinier Castelein, voorzitter van De Unie, legt uit hoe het werkt.

Vakbonden bestaan zo’n honderdvijftig jaar en hebben tot voor kort altijd prima gefunctioneerd. Tot de boomers met pensioen begonnen te gaan (sinds begin deze eeuw) en zich uitschreven.

Nu is nog maar 12 procent van de Nederlandse werknemers vakbondslid. Een kleine 1,5 miljoen. Dit groepje leden is ook nog eens vaak ergens in de vijftig, man en wit. Niet bepaald representatief voor de beroepsbevolking dus. 

Reinier Castelein is voorzitter van De Unie. De vakbond is in ledental de derde van Nederland, na de FNV en CNV en zet zich van origine in voor middelbaar en hoger personeel. 

“Ik zeg al jaren gekscherend dat ik voorzitter ben van een club van boze oude mannetjes die bepalen wat de werknemers willen. Onze ledenpopulatie heeft een gemiddelde leeftijd van 59. Het aantal vrouwen stijgt snel maar is nog steeds ver in de minderheid.” 

Scheve vertegenwoordiging

Werkgevers stellen daarom – terecht – steeds vaker de vraag of vakbonden nog wel het recht hebben om te spreken namens álle werknemers. Want vakbonden vertegenwoordigen vooral hun leden. Alleen zíj́ mogen hun stem uitbrengen over de resultaten van een cao-overleg. 

Door die scheve vertegenwoordiging bepalen vooral de ‘oudere’ werknemers hoe de arbeidsvoorwaarden voor iedereen eruit moeten zien. En ouderen hebben vaak andere belangen dan jongeren. 

Onderwerpen zoals ouderschapsverlof of scholing zijn veel minder belangrijk voor oudere werknemers. “Bij een organisatie werd een scholingsregeling om zeep geholpen om de 80/90/100 regeling te kunnen financieren. De werknemer werkt 80% van zijn werkweek, krijgt hiervoor 90% loon en 100% pensioenopbouw.” 

Alle werknemers moeten mee kunnen praten. Ook niet-leden.

Het begon met een advies van de SER

Al in 2013 adviseerde de Sociaal Economische Raad (SER) dat de vakbeweging moest zoeken naar nieuwe manieren om het verlies aan leden en dus legitimiteit te compenseren.

“We dachten: Hoe kun je gebruik maken van álle ideeën die leven op de werkvloer? We zijn toen gaan experimenteren met referenda en enquêtes. Daar kwam DigiC uit: een nieuwe, digitale methode waarbij iedereen een stem krijgt in de cao-onderhandelingen. Niet alleen de leden.” 

Zo werkt het

Medewerkers kunnen drie keer in het proces meepraten. Eerst in panelgesprekken (waarvoor iedereen zich kan aanmelden) over thema’s die zij belangrijk vinden. Daaruit volgt een enquête die van alle medewerkers de wensen peilt. Die voorkeuren vormen de basis voor de onderhandelingen.

“Met DigiC kunnen we op plekken waar we slecht vertegenwoordigd zijn alle medewerkers die onder de cao vallen laten meepraten en stemmen over hun arbeidsvoorwaarden.

Dat maakt het hele proces professioneler, transparanter en veel beter onderbouwd. Want de respons is veel groter dan de ledenaantallen en ook de vrouwen en jongeren die geen lid zijn, krijgen invloed.”  

Samen met onderzoeksbureau InnerVoice ontwikkelde De Unie DigiC. 

  • Het proces start met panelgesprekken. Iedereen kan zich daarvoor aanmelden bij het onderzoeksbureau. Een panelleider gaat met de deelnemers in gesprek over arbeidsvoorwaarden. Waar liggen de voorkeuren? Welke thema’s zijn van belang? 
  • Het onderzoeksbureau maakt een vragenlijst gebaseerd op deze uitkomsten en verstuurt deze aan alle medewerkers. Iedereen kan nu zijn mening geven over de thema’s uit de panelgesprekken. De uitkomsten van de vragenlijst staan centraal in de gesprekken over de nieuwe cao. 
  • Zodra er aan de onderhandelingstafel een resultaat wordt bereikt, wordt dit ook weer digitaal aan alle medewerkers voorgelegd.
  • De uitkomst van deze online-stemming is leidend. Als de meerderheid voor is, tekent De Unie voor de cao – ook als de eigen leden tegen zijn. Er is dus geen ‘ledenraadpleging’, zoals dat bij de grootste vakbonden FNV en CNV standaard het geval is.

“Geen misverstanden: ons ideaal is dat zo veel mogelijk mensen lid worden. We doen dit omdat we dalende ledenaantallen hebben. Maar als we morgen 8 miljoen nieuwe leden inschrijven dan is er ook geen discussie meer over draagvlak.” 

Waarom worden jonge werknemers en vrouwen minder snel lid van een vakbond?

“Mensen beginnen pas na te denken over een vakbond als ze al wat hebben opgebouwd, en dus ook iets te verliezen hebben. Dan ben je meestal al wat verder in je carrière. Je hebt een hypotheek, verantwoordelijkheden, studerende kinderen. Dan wil je beschermd zijn. 

Daar komt bij dat mensen in een jonge levensfase vaak niet gevraagd worden voor de vakbond en dus ook niet weten wat het inhoudt. Het aantal vrouwen neemt inmiddels enorm toe, alleen is het nog steeds een klein percentage.”

Heeft die oververtegenwoordiging van witte mannen van middelbare leeftijd invloed op waar over onderhandeld wordt?

“Zeker. In de panelgesprekken voor de onderhandelingen, waar dus iedereen aan mee kan doen, komen heel andere onderwerpen naar voren dan wanneer wij een ledenvergadering houden.”

Een kritiekpunt op DigiC is dat jullie meteen al jullie kaarten op tafel leggen. Is dat wel zo slim? 

“Als je met elkaar van plan bent om een goede cao af te sluiten waarbij medewerkers en het bedrijf een goede toekomst tegemoet gaan, dan moet je elkaar aan de voorkant de hand schudden. Door eerlijk met elkaar te bespreken wat je belangen zijn, kun je van daaruit tot een gemeenschappelijke oplossing komen.

Wat je heel vaak ziet in traditionele onderhandelingen is dat vakbonden met een opgeblazen verhaal hun gelijk proberen te halen. De boodschap was altijd: wij vinden dit en we willen dit. Uiteindelijk kom je al touwtrekkend in het midden uit en is niemand echt tevreden.”

Je bedoelt dat jullie niet meer willen meedoen aan het potje handdrukken?

“Wij hoeven ons gelijk niet te halen omdat we de medewerker al gehoord hebben. Kijk, je hoeft als vakbond aan tafel niet te zeggen dat je werknemers 15% loonsverhoging willen als je weet dat die werknemers 10% ook prima vinden en liever zien dat er meer in duurzame inzetbaarheid geïnvesteerd wordt.

Wij laten zien wat de werknemers echt willen. Voor een werkgever is het dan veel lastiger om die waarheid naast zich neer te leggen. Hij zal het serieus moeten nemen. Je krijgt daardoor een heel ander, onderbouwd, gesprek.” 

Waarom zou je nog lid worden van een vakbond, als je nu ook zonder lidmaatschap je stem kan laten horen? 

“Volgens mij moet je lid worden om allerlei redenen. In het nieuws komen alleen maar cao’s voorbij en de excessen. Van De Unie moet je lid worden voor individuele bijstand. Als je een persoonlijk probleem hebt kunnen wij je heel goed helpen. Dat kan onder meer doordat we met veel bedrijven al jarenlange relaties hebben. Je hoort nooit in het nieuws dat we een conflict tussen werkgever en werknemer hebben opgelost.” 

Volgens de Wet op de cao gelden cao-afspraken die de vakbonden maken, voor alle werknemers in het bedrijf en niet alleen voor de vakbondsleden.

5 persoonlijke vragen

Waar klap jij je laptop voor dicht? 

“Voor m’n dochter. Altijd.”

Waar erger je je mateloos aan?

“Aan 100km per uur op de A2.”  

Waar lig je ’s avonds wakker van?

“Ik maak me druk over de stijgende lasten en uitgaven voor mijn leden. De Unie doet elke twee jaar onderzoek naar Uitgavenzekerheid van haar achterban. En de respons laat duidelijk zien dat mensen grip op hun uitgaven willen, maar dat amper zelf kunnen realiseren.”

Wanneer ga je op een werkdag met meer energie naar huis dan dat je kwam?

“Na een dag collegiaal samenwerken is er altijd meer energie dan aan het begin van de dag.”